
Zeilen in bedrijf; over incentive en teambuilding.
Incentive Op het achterdek van onze zeilschepen hoor je regelmatig deze opmerking van een van de gasten:
 |
"Zo nou staan de anderen eens in de file omdat ik door de brug
vaar, meestal sta ik daar in de rij te wachten totdat die langzame
schepen eindelijk eens gepasseerd zijn. "
Veel automobilisten
denken dat die bruggen opengaan om de schepen door te laten,
maar eigenlijk is het andersom, de brug gaat dicht om de auto's
door te laten.
Eerst waren er schepen en geen bruggen, zeilend
konden de schepen heel Nederland doorvaren en de landrotten
staken met veerbootjes de hinderlijke waterstromen over.
Met
het vorderen van de techniek konden er steeds grotere bruggen
gebouwd worden.
Het was wel aardig om bruggen te bouwen, maar
de schepen moesten ook door kunnen varen.
De eerste bruggen
werden daarvoor uitgerust met een plank in het midden die opengeklapt
kon worden zodat de mast van een zeilschip er staande tussendoor
kon; er was dus een gat van 50 cetimeter breed.
Als het schip
erdoor was werd de plank weer teruggelegd en konden paard en
wagen er weer over; dit was een hele verbetering voor het vervoer
over land.
De Nederlandse spoorwegen hadden grote problemen
met kanalen en rivieren, om een spoorbrug te maken die open
kon voor de zeilschepen was nog niet de techniek in huis of
het was te duur.
Door de aanleg van de Moerdijkbrug, die niet
open kon, ontstond er dan ook een groot probleem, de oudste
gebruikers werd de pas afgesneden en konden niet meer doorvaren.
De NS loste dit op door de schippers de kosten voor het strijkbaar
maken van de masten te betalen.
Het was een hele operatie, er
moest een strijklier op het voordek komen, een mastkoker met
een as waarom de mast kon draaien en bokkepoten om een bok te
maken zodat bij gestreken mast er een hoek in de voorstag zit
om het eerste stukje te kunnen ophijsen.
De NS nam schuldbewust
deze ombouwkosten op zich, maar was ook zuinig.
In de mastenmakerij
maakte men altijd rechte vlakken om een mooie rechte mast te
kunnen maken, dus eerst werden er aan een boomstam vier rechte
kanten gehakt, dan acht, dan zestien en vervolgens werd de mast
rondgemaakt.
Voor de aan-te-schaffen bokkepoten betaalde de
NS niet meer dan noodzakelijk om achtkantige rondhouten te maken.
Dat is de reden waarom tot op de dag vanvandaag de bokkepoten
op tjalken en klippers achtkantig zijn.
Voor zover ik weet was
de Barendrechtse brug de eerste grote brug over de grote rivieren
(Oude Maas) die open kon voor de scheepvaart; een jaar of 10-15
geleden is de brug afgebroken omdat deze een te grote hindernis
voor de steeds groter wordende binnenvaart- en zeeschepen werd.
Een van de natuurstenen brughoofden is behouden als monument.
Voor de landrotten werd de brug vervangen door de Heinenoordtunnel.
Zo heeft niemand last van elkaar.
Met het steeds drukker wordende
verkeer op zowel het land als op het water rijzen er steeds
meer belangenconflikten.
Een grote snelweg die met regelmaat
opengaat voor vakantievierende zeilers, of een spoorbrug die
over een drukke vaarweg gaat zoals bij Rotterdam en Dordrecht
het geval was, levert op den duur onhanteerbare problemen op
voor zowel water- als wegverkeer.
Vandaar dat steeds meer van
deze ergernissen opgeheven worden door het wegverkeer onder
het waterverkeer te laten kruisen.
Op deze manier is het waterverkeer
niet gelimiteerd wat hoogte betreft; dit is wel fijn voor o.a.
zeeschepen en zeilschepen.
Er zijn verschillende oplossingen:
Aquaduct bv bij Oude Wetering onder de A4 door, bij Enkhuizen
is een naviduct gebouwd.
Dit is een groot waterbouwkundig werk
waar twee gote sluizen gebouwd zijn om de hindernis van de dijk
Enkhuizen - Lelystad weg te nemen voor de scheepvaart.
Deze
dijk veroorzaakte onacceptabele wachttijden voor zowel scheepvaart
(dikwijls 4 uur) en wegverkeer (dikwijls een half uur).
Daarom
wordt het wegverkeer nu hier onder de scheepvaart doorgeleid
zodat iedereen weer gelukkig kan zijn.
Jan van Aartrijk.
Teambuilding Het is al heel wat jaren geleden.
Ik denk dat het in het voorjaar van 1987 gebeurde.
Het was voor
ons het eerste jaar dat we voeren op de Waddenzee, met Harlingen
als thuishaven.
Ons schip was de Groninger zeetjalk "Mercurius",
een prachtig rond bootje van 22 meter lang.
We waren in loondienst
als 'zetschipper' bij eigenaar Jappie-Yme Strikwerda, de bekende
lierenbouwer uit Schraard.
Helemaal groen op het water waren
we al niet meer.
Het jaar daarvoor was ons eerste als 'beroeps'
geweest.
Maar 'het Wad' was toch knap spannend voor ons, met
al die mensen aan boord waarvoor we verantwoordelijk waren!
Met een Duitse schoolklas aan boord zaten we in het Inschot,
onderweg naar Terschelling.
Het zicht was al de hele dag nevelig,
en het laatste half uur trok het helemaal dicht.
Inge op de
voorplecht kon met haar scherpe blik af en toe nog nÈt de boeien
onderscheiden, die daar op ongeveer een halve mijl uit elkaar
lagen.
Maar helemaal zeker van onze koers waren we niet altijd.
Gelukkig hadden we nog een kompas, dat meestal niet al te sterk
afweek van de ware koers.
Nu is de splitsing tussen Inschot
en Blauwe Slenk een doolhof van stromingen, die allemaal met
verschillende sterktes verschillende kanten op stromen.
Bij
goed zicht moet je daar al opletten, maar in nevel moet je vertrouwen
op je ervaring (die hadden we toen nog niet zo veel) en je intuïtie
(die heb je of heb je niet).
Zo af en toe moesten we ons achter
het oor krabben:.... waar zijn we. waar kwamen we nou vandaan.....
waar gaan we eigenlijk heen
...?
Het oude Dafje in de langzaamste
stand, de oren gespitst op tegenliggers, hoorden we plotseling
stemmen in de nevel.
"Hallo, waar gaan jullie heen?" Een jachtje
met een dek vol mensen doemde langzaam op.
"Wij zijn het charterjacht
Hilde Baudine en op weg naar Terschelling.
Willen jullie ons
een sleepje geven? We hebben geen brandstof meer en zeilen gaat
niet zonder wind! Als jullie ons langszij nemen zullen wij jullie
wel helpen met de navigatie, want wij hebben een Decca aan boord".
We vonden dat geen gek idee.
Zo'n Decca was toen nog echt hi-tech.
Het jachtje langszij gebonden konden we weer wat gas bij geven.
Met de koersen die Jan Kamminga, de schipper doorgaf, met Inge
als uitkijk voorop en met het motortje van de Mercurius bereikten
twee verdwaalde charterscheepjes, groot en klein, uiteindelijk
samen de haven van West-Terschelling.
Een mooi voorbeeld van
samenwerking tussen groot en klein op het water.
Gijs van Hesteren.